taotepaard.nl

Tao te paard

   May 17

Clinic “Past mijn zadel”

Zaterdagmorgen was er een zadelpas clinic in Opende met Aimee Alberts van “Past mijn zadel”

De Ruiter

In het theorie gedeelte ging Aimée eerst in op het feit dat het zadel passend moet zijn voor de ruiter, aangezien dit waarschijnlijk nog het moeilijkste is en hier vaak maar weinig aandacht aan wordt besteed.

Met name over het feit dat alle zadels eigenlijk nog mannen zadels zijn en in principe niet geschikt zijn voor de vrouw.

Verschil tussen mannen en vrouwen:

Mannen:

  • smal bekken
  • hoog bekken
  • zitbeenknobbels schuiner
  • benen hangen recht af vanuit heup
  • binnenkant been is recht
  • staartbeen loopt door
  • bilspier loopt verder door

Hierdoor zit een man van nature in balans op zitbeenknobbels hebben over groot oppervlak contact met het zadel, de bilspieren en het staartbeen ondersteunen mee en de benen hangen automatisch in de ideale positie af naar beneden.

Vrouwen:

  • breed bekken
  • laag bekken
  • vlakkere zitbeenknobbels
  • benen vanuit heup eerst naar voren en dan richting knieen naar binnen
  • binnenkant been is bol
  • staartbeen zweeft
  • bilspier houdt eerder op

Hierdoor staan de zitbeenderen verder uitelkaar, heeft een kort stuk van de zitbeenknobbels contact met het zadel, heeft schaambeen contact met het zadel en ontbreekt steun van bilspier en staartbeen, bovendien kan een vrouw dus niet het been zomaar af laten hangen, aangezien het meer naar voren uit het bekken komt.

Een zadel voor vrouwen moet dus:

  • breder zijn waar de zitbeenknobbels plaats hebben
  • achter oplopen, zodat het staartbeen ook mee helpt aan de balans
  • de twist van het zadel moet smal zijn, zodat de benen recht kunnen afhangen ipv naar buiten worden geduwd.
  • voorkant moet vlakker
  • stijgbeugel ophanging iets verder naar vorenvrouwenbekken in het zadel bovenaanzicht vrouwenbekken in het zadelzadel voor vrouwelijke ruiter

Meeste zadels hebben een te smalle zit, waardoor doorrijden op randen, of ongemerkt scheef zitten (1 zitbeenknobbel op de zitting en 1 er naast). Verder ontbreekt driepunts steun, dus zitten vrouwen vaak met een holle rug en het schaambeen tegen de voorkant van het zadel, waardoor vaak verwondingen bij de vrouw ontstaan. Meer voorkomend is dat vrouwen bij de voorkant proberen weg te blijven door het bekken achterover te kantelen, waarbij de ruggegraad in de knel komt, aangezien bij het rechtop houden van het bovenlijf deze te ver naar voren moet. Bovendien zijn zadels bij de twist meestal te breed, waardoor vrouwen moeten forseren om hun benen in de juiste positie te houden.  Bijna alle vrouwelijke ruiters hebben hierdoor wel regelmatig heup of lage rugklachten.

Zadel opmeten voor de ruiter:

  • lengte
  • gewicht
  • bovenbeen lengte
  • onderbeen lengte

Hoe voel je of je zadel correct is voor jou:

  • zit ik moeiteloos in het midden van het zadel ipv achter of voorin
  • voel ik beide zitbeenknobbels op de kussens
  • voel ik steun onder mijn bips
  • kan mijn been zonder moeite afhangen met tenen naar voren
  • als ik in balans zit, kan ik dan mijn bekken net zoveel voorover als achterover kantelen
  • als ik gewicht in de stijgbeugels zet blijven mijn benen dan afhangen of  wiebelen ze naar voren of achteren

 Het paard

Bij het beoordelen of een zadel goed is voor een paard moet je je het volgende realiseren:

  • paard volgt altijd de weg van de minste weerstand
  • heeft een enorm compensatie vermogen en laat pijn of ongemak nooit in beweging zien (prooidier) tenzij het echt niet meer anders kan
  • kan pijn of ongemak alleen in gedrag laten zien (bokken, steigeren, staken, niet links of rechtsom willen, happen naar de singel, etc.). Het paard zal nooit lastig zijn zonder reden.
  • donkere huid laat moeilijk kneuzingen zien, maar wil niet zeggen dat het er niet is

Een niet passend zadel geeft veelal opstart problemen:

  • liggen, strekken, opblazen, zuur kijken of happen bij opzadelen of aansingelen
  • stijf lopen in het begin van de training
  • niet voorwaarts willen
  • na 15 tot 20 minuten is de zenuw verdoofd en kan het paard prima compenseren en laat dus geen ongemak meer zien

Wervelkolom:

  • enorm beweeglijke hals wervels, (kunnen niet alleen naar boven en beneden, maar ook roteren)
  • 18 borstwervels met vertikaal doornuitsteeksel (hoogst bij schoft) en daaraan ribben, dit gedeelte is minder beweeglijk
  • 6 lendewervels met lager vertikaal doornuitsteeksel en langere horizontale doornuitsteeksels die dienen ter bescherming van de organen daaronder, dit gedeelte is weer meer beweeglijk

Ligamenten:

Het paard heeft ligamenten (geen spieren maar banden) lopen van atlas (hoofd) naar schoft en van schoft naar heiligbeen. Ca 18 uur per dag graast het paard. Zou dit door spierarbeid moeten gebeuren, dan zou dit zeer intensief zijn. Het hoofd wordt door de zwaartekracht naar beneden getrokken. Dit trekt de rugband aan, waardoor automatisch de rug bol wordt getrokken en de organen en buik worden aangetrokken. De rugspieren kunnen dan ontspannen. Dit is een kringloop.

Worden de rugspieren aangespannen, dan wordt de onderlijn lang, zakt het hoofd en worden de rugspieren ontspannen, dan trekt de onderlijn aan.

Reflexpunten:

  • Lendenen geven automatisch bokreflex dit is om een leeuw kwijt te raken, maar gebeurd dus ook als het zadel te ver naar achteren draagt
  • Bij druk op de rugband wordt automatisch de rugspier aangespannen. Het paard gaat met een holle rug lopen. Probeert men dit aan de voorkant op te lossen, dan zal een paard in een rare bocht gaan lopen. Het kan simpelweg de rugspieren niet ontspannen. Bij druk op de rugband kan het paard zelfs in elkaar zakken (gaan liggen bij aansingelen). Dit is geen vervelend gedrag. Het paard kan hier niets aan doen. Het is een automatisch reflex. De kamer moet over de gehele lengte van het zadel voldoende breed zijn om de rugband te mijden.
  • Om de schoft loopt de seratus spier die dient om front te kunnen maken. Wordt hier druk op uitgeoefend, dan is dit een automatische rem. Paarden die altijd met de rem erop lopen kunnen last hebben van een zadel wat naast de schoft te veel druk uitoefend.
  • Bij druk op de schouder zal het paard automatisch de schouders optrekken en vasthouden (paard heeft geen sleutelbeen, schouder zit met spieren aan de romp vast), waardoor het voorbeen niet voldoende naar voren kan.

Het zadel

Het dieptepunt van het zadel (centrum van het zadel waar de ruiter moet zitten) moet boven het zwaarte punt van het paard liggen. Dit kun je vinden door een lijn vanaf de schoft verticaal naar beneden te trekken naar het borstbeen.

  1. Balans: het horizontale evenwicht van het zadel moet parallel zijn aan de grond terwijl het op de rug van het paard ligt.
  1. Schoftvrijheid: een vaak onbegrepen begrip. De ruimte tussen schoft en zadel moet 2 tot 3 vingers zijn. Deze ruimte moet rond de volledige schoft aanwezig zijn, niet alleen aan de bovenkant.
  1. Kussenkanaalbreedte: het kussenkanaal moet breed genoeg zijn om functie van de wervelkolom en de rugband niet te storen.
  1. Volledig kussencontact: de kussens dienen van voor tot achter een gelijkmatig contact met de paardenrug te hebben. Sommige kussens zijn zodanig ontworpen dat ze aan de achterkant omhoog komen, zodat in beweging de rug omhoog kan komen.
  1. Plaatsing van de singelstoten: de singelstoten dienen recht boven de natuurlijke singelgroeve geplaatst te zijn en loodrecht ten opzichte van de grond, niet schuin naar voren of naar achteren. De singel zal altijd naar het smalste punt van de ribbenkast achter de elleboog trekken.
  1. Zadellengte: de schouders en het lendengebied dienen geen gewicht te dragen van het zadel en de ruiter. Het gewicht van de ruiter dient alleen over het zadeldraagvlak verdeeld te worden.
  1. Rechtheid: het zadel dient niet naar één kant te vallen, gezien vanaf de voorkant of de achterkant. De boomtakken moeten achter beide schouderbladen blijven en het zadel mag niet twisten, waardoor het aan de achterkant tegen de wervelkolom aandrukt.
  1. Boomhoek: de boomtakken dienen parallel aan de hoek van de schouderbladen te zijn.
  1. Boombreedte: de boom dient breed genoeg te zijn om het zadel te laten passen gedurende de dynamische beweging van het paard.

Schoudervrijheid

In veel gevallen is het niet mogelijk het zadel achter de schouder te leggen, gezien het zwaartepunt dan te ver naar achter komt te liggen en vaak de het zadel zelfs op het lendengebied terechtkomt. Hierdoor zit de ruiter niet op het minst beweeglijke stuk en komt iets achter de beweging aan. Meestal zal het zadel echter automatisch weer naar voren schuiven. Een zadel waar de schouder onderdoor kan glijden is dan de beste oplossing. Hiervoor moet de hoek van de boom/kopijzer de hoek van de schouders volgen, niet alleen verticaal, maar ook horizontaal en moeten de takken voldoende lang zijn om niet op, maar over de schouder te komen en om onder door glijden mogelijk te maken.

Onder andere Wintec verwisselbare kopijzers hebben een hoek die eigenlijk niet geschikt is, en zeker niet voor een getraind paard. Als een paard verder getraind raakt (rijdend) dan ontwikkelen de schouderspieren zich en is er boven in het kopijzer meer ruimte nodig, niet onderin, zoals bij verwisselbare bomen meestal gebeurt. De takken zijn ook nog eens te kort. Het nadeel van korte takken is ook dat het zadel dan na verloop van tijd uitzakt, wijder wordt en voorover gaat zakken en de schoft dan niet meer vrij is.

schouder ontwikkeling door trainingZadels die wat langere takken hebben: KN, Höpfner, Sommer, Stübben, Passier.

Schoftvrijheid

Iedereen weet bijna wel dat je 2 of 3 vingers boven de schoft vrij wilt hebben. Wat echter minstens zo belangrijk is, is dat je ook aan weerszijden van de schoft tot ca 10cm naar beneden 2 a 3 vingers ruimte wilt hebben om geen druk op de seratus spier te hebben, anders kan het paard niet front maken, of erger nog, druk je continu de automatische rem in. Het kussen moet voor dus niet te hoog al aanhechten en moet een uitsparing hebben voor de latissimus dorsi.

trapezespier en latissimus dorsi

 Draagvlak

Naast de ruggegraad voel je een wat stevigere band lopen, dan een soort lijn/geul en dan zachter spierweefsel en verder naar beneden de ribben. De kamer van het zadel moet minstens zo breed zijn, dat het kussen nooit op de rugband draagt. Het draagvlak mag horizontaal lopen van achter de schouder tot de laatste rib en horizontaal van waar het spierweefsel begint tot waar de ribben beginnen. Rugband en ribben moeten vrij zijn. Op de foto hieronder is het blauw gearceerde stuk het draagvlak.

zadel aanmeten bij paard

Lendenvrijheid

Het zadel mag niet voorbij de laatste rib dragen. Je kunt de laatste rib voelen en volgen naar boven, of je kunt kijken naar waar de twee haarrichtingen bijelkaar komen en dan een streep naar boven trekken.

Boomloos

Kan een oplossing zijn voor paarden waar heel moeilijk een passend zadel voor te vinden is. Let goed op of er wel schoftvrijheid is. Meestal niet geschikt voor paarden met hoge schoft.

You can follow any responses to this entry through the RSS 2.0 feed. Both comments and pings are currently closed.